Volgens God wordt je identiteit niet bepaald door je verleden, je fouten, je prestaties of de mening van mensen. In Christus ben je geliefd, gekozen, vergeven, aangenomen en geroepen om als zoon of dochter van God te leven. Wie je bent staat vast voordat je ook maar iets doet.
Stel je voor: iemand vraagt je op een feestje wie je bent. Wat zeg je dan? Waarschijnlijk je naam, je werk, misschien je gezinssituatie. “Ik ben Johan, ik werk in de zorg, vader van drie.” Dat is al eeuwen zo. Vroeger heette je letterlijk Johan, de zoon van Peter. Peterszoon. Je familienaam bepaalde wie je was, compleet met familiewapen. Een vrouw gaf traditioneel aan dat ze de naam van haar man ging dragen. En dan is er nog de groep waar je bij hoort: katholiek, gereformeerd, duivenmelker, vrijmetselaar. Etiketten die zeggen: dit ben ik.
Maar wat als die etiketten wegvallen? Wat als je baan verdwijnt, je relatie stukloopt, je gezondheid het laat afweten? Wat als mensen iets over je zeggen dat als een vuist in je maag landt? Dan merk je hoe kwetsbaar een identiteit is die op prestaties en meningen is gebouwd.
Ik ben wat ik doe
Veel christenen leven, zonder het te merken, vanuit de gedachte: ik ben wat ik doe. Ik ben waardevol als ik presteer. Ik ben geliefd als ik het goed doe. Ik hoor erbij als ik nuttig ben. Het zit diep, want de wereld om ons heen werkt zo. En eerlijk: ook in de kerk sluipt het naar binnen. Wie het hardst werkt, telt het meest.
Ik ken dat van dichtbij. Jarenlang deed ik alles voor God. Totdat ik een keer gewoon op de bank zat en Hij tegen me sprak. Geen donderslag, geen visioen. Alleen dit: “Albert, je bent Mijn zoon. Al doe je nooit meer wat, Ik hou nog net zoveel van je.” Voor het eerst wist ik echt wie ik was. Een geliefde zoon, meer dan genoeg, omdat de Vader van hem houdt. Ik hoefde niets meer te doen. Ik mocht gewoon zijn. Dat moment veranderde meer dan tien jaar hard werken.
Kijk eens naar Jezus. Voordat Hij ook maar één wonder had gedaan, voordat Hij één preek had gehouden, klonk er een stem uit de hemel bij Zijn doop:
“En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!”
Mattheüs 3:17 (HSV)
Geliefd voordat Hij iets deed. Dat is de volgorde van God. Niet: presteer en dan ben je geliefd. Maar: je bent geliefd, en daaruit ga je leven. Johannes schrijft dat Jezus, toen Hij de voeten van Zijn discipelen ging wassen, wist dat Hij van God gekomen was en naar God terugging (zie Johannes 13:3-5). Juist omdat Hij wist wie Hij was, kon Hij bukken en dienen zonder iets te verliezen. Wie zijn identiteit kent, hoeft die niet meer te verdedigen.
Wat God over je zegt
De Bijbel is op dit punt niet vaag. God zegt niet: je bent Mijn kind zolang je goed presteert. Hij zegt: je bent Mijn kind. Punt.
“Zie, hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent.”
1 Johannes 3:1 (HSV)
Kinderen van God. Niet knechten die hun plek moeten verdienen. Kinderen. En een kind hoeft niet te bewijzen dat het bij de familie hoort. Het hoort er gewoon bij, omdat het geboren is.
En dan het woord dat Paulus keer op keer gebruikt: in Christus. Andere vertalingen zeggen terecht: één met Christus, in eenheid met Christus. Wie je bent in Christus betekent dat God jou zo met Jezus heeft verbonden dat wat van Hem waar is, ook voor jou geldt. Zijn rechtvaardigheid, Zijn aanneming, Zijn overwinning. Dat gaat je begrip ver te boven, maar het is wel je identiteit.
“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.”
2 Korinthe 5:17 (HSV)
Je kunt heel lang stilstaan bij het oude. Je oude fouten, je oude patronen, de oude etiketten. Maar God zegt dat het oude voorbij is. Je bent een nieuwe schepping. En je mag leren leven als die nieuwe schepping, met een denken dat wordt vernieuwd.
Daarom is God ook niet in de eerste plaats geïnteresseerd in je gedrag. Hij zond Zijn Zoon om te herstellen wie jij bent. Want wie herstelt in zijn identiteit, gaat vanzelf anders denken en doen. Dat is de oorzaak aanpakken in plaats van symptomen bestrijden. Wie weet dat hij geliefd is, hoeft geen liefde meer te kopen. Wie weet dat hij aangenomen is, hoeft geen goedkeuring meer te jagen. Wie weet dat hij vergeven is, kan ophouden zichzelf te straffen.
Waarom het zo persoonlijk moet worden
Petrus kreeg op een dag een vraag die niet over Petrus ging, maar over Jezus. En toch werd het het meest persoonlijke moment van zijn leven.
“Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Mattheüs 16:15-17 (HSV)
Let op de volgorde. Eerst ontdekt Petrus wie Jezus is. Direct daarna zegt Jezus wie Petrus is: een rots, iemand op wie Hij gaat bouwen. Zo werkt het altijd. Je ontdekt wie je bent door te ontdekken wie Hij is. Identiteit begint niet bij zelfonderzoek, maar bij openbaring. Vlees en bloed vertellen je niet wie je werkelijk bent. De Vader doet dat.
En dat is geen theorie voor je hoofd. Paulus bidt voor de gelovigen in Efeze dat ze het van binnen gaan weten:
“Opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent.”
Efeze 3:16-17 (HSV)
Geworteld en gefundeerd in de liefde. Dat is een identiteit die blijft staan als het stormt. Juist als je omstandigheden of je emoties iets anders roepen, is dit je bron van kracht. Niet omdat je het voelt, maar omdat het waar is.
Zo ga je het leven
Hoe wordt dit nu jouw werkelijkheid? Identiteit is het resultaat van wat je gelooft. Geloof komt uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God (zie Romeinen 10:17). Met andere woorden: je wordt wat je hoort. Als je dag in dag uit luistert naar wat mensen van je vinden en wat je verleden je influistert, dan gaat dat je identiteit vormen. Maar als je gaat luisteren naar wat God zegt, en dat hardop uitspreekt, dan begint er iets te breken. Elke leugen die jarenlang over je heerste, wordt ontmaskerd door de waarheid.
Ga daarom eens rustig zitten met een paar teksten over wie je bent in Christus. Lees ze niet als een lijstje, maar als een brief aan jou. Laat je ziel, je gevoel, je wil en je verstand deze waarheden ontvangen. En zeg ze hardop, want je eigen oren horen wat je eigen mond zegt.
Doe dat vooral als je faalt. Want je mag falen, leren, groeien, struikelen en weer opstaan. Je waarde staat niet op het spel. Een zoon blijft een zoon als hij valt. Een dochter blijft een dochter als ze het mis heeft. En wie dat weet, durft te dienen zonder positie te zoeken en durft eerlijk te zijn over zijn zwakheid. Dat is de vrijheid van een kind van God.
Eén stap voor vandaag: ga vijf minuten zitten, zonder telefoon, en spreek de proclamatie hieronder hardop uit. Net zo lang tot het van je hoofd naar je hart zakt. En let op wat er in je protesteert. Dat is precies de leugen die God vandaag wil breken.
Dit is ook wat we op de bijbelschool elke week opnieuw zien gebeuren: mensen die komen om te leren en vertrekken omdat ze eindelijk weten wie ze zijn.
Ik ben een kind van God. Ik ben geliefd, gewild en gekozen. Ik ben geen slaaf meer van angst, ik ben vrij in Jezus’ Naam. Ik ben een nieuwe schepping, het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Ik ben vergeven, gereinigd en rechtvaardig verklaard door het bloed van Jezus. Ik ben een erfgenaam van God en mede-erfgenaam met Christus. Niet langer verloren, maar gevonden. Niet langer afgewezen, maar aangenomen. Niet langer gebonden, maar vrij. Niet langer zwak, maar sterk in Hem. Ik leef niet langer voor mezelf, maar Christus leeft in mij. Ik ben geroepen, gezalfd en gezonden. Ik ben wie God zegt dat ik ben. En niets of niemand zal dat ooit van me afnemen.
Je bent niet wat je doet. Je bent wie Hij zegt dat je bent, en Hij zegt: Mijn kind.
Veelgestelde vragen
Wat betekent “in Christus zijn” precies?
“In Christus” betekent dat God je zo met Jezus heeft verbonden dat wat van Hem waar is, ook voor jou geldt: Zijn rechtvaardigheid, Zijn aanneming als Zoon, Zijn overwinning. Andere vertalingen zeggen “één met Christus”. Het is geen gevoel, maar een positie die God je geeft op het moment dat je in Jezus gaat geloven.
Verandert mijn identiteit als ik zondig of faal?
Nee. Een kind van God blijft een kind van God, ook als het valt. Je gedrag kan je relatie met de Vader wel onder druk zetten en verdient eerlijke belijdenis, maar het verandert niet wie je bent. Sterker nog: juist het weten dat je geliefd bent, geeft je de kracht om op te staan en anders te gaan leven.
Hoe kan ik mijn identiteit in Christus echt gaan geloven en niet alleen weten?
Geloof komt door te horen. Lees regelmatig wat de Bijbel over je zegt en spreek het hardop uit, ook als je het nog niet voelt. Vraag de Heilige Geest om het in je hart te bevestigen, en zoek mensen op die je aan de waarheid herinneren als je die zelf even kwijt bent.
Verder lezen
Lees ook in deze reeks: Hoe kan ik dichter bij God komen? en Hoe word ik werkelijk vrij van zonde?.
Wil je een jaar lang leren leven vanuit wie je bent in Christus? Vraag de studiegids aan: vraag de studiegids aan of kom langs op een open avond: bekijk de open avonden en events
Benieuwd of deze school iets voor jou is? Lees: voor wie is deze school bedoeld?







